| Op
basis van bovengenoemde factoren werden een aantal beslissingen genomen. De Divisie zou
bij daglicht landen op 3 opeenvolgende dagen. Iedere dag een vlucht. Op de eerste dag zou de lst Parachute
Brigade per parachute landen ten westen van Wolfheze. Hun taak: een snelle opmars naar
Arnhem en het veroveren van de Spoorbrug, Schipbrug en Verkeersbrug over de rivier de
Rijn. Tegelijkertijd zouden andere delen van de 1st Airlanding Brigade, Divisional
Headquarters en zoveel mogelijk ondersteunde eenheden met zweefvliegtuigen landen ten
noord-westen van Wolfheze. Zij zouden de landingsterreinen veilig stellen voor de
landingen van de volgende dag. De ondersteunden eenheden namen ook artillerie en anti-tank
kanonnen mee. Voor deze landing op de eerste dag waren 161 transport toestellen nodig voor
de parachutisten en nog eens 297 vliegtuigen en gliders voor de andere eenheden.
Op de tweede dag zou de
4th Parachute Brigade landen op een terrein tussen Planken Wambuis en het spoor evenals de
rest van de Airlanding Brigade. Zij zouden arriveren met 126 vliegtuigen voor
parachutisten en 305 zweefvliegtuigen. Tegelijk zouden 35 vliegtuigen voorraden droppen.
Op de derde dag zo de
1st Polish Parachute Brigade Group landen iets ten zuiden van de verkeersbrug te Arnhem.
Men ging er vanuit dat tegen die tijd het meeste luchtafweer wel zou zijn uitgeschakeld.
Ze zouden arriveren met 114 vliegtuigen voor parachutisten en 45 zweefvliegtuigen. Ook
zouden op de derde dag 163 vliegtuigen voorraden droppen voor de 1st Airborne Division.
Wanneer de
landingsterreinen niet meer nodig zouden zijn zouden de Airlanding Brigade + de 4th
Parachute Brigade + de 1st Polish Parachute Brigade Group een verdedingslinie vormen
rond Arnhem. De 1st Parachute Brigade die de bruggen bezetten zouden in reserve worden
gehouden. |